In dit artikel lees je hoe je de reev software integreert in een ABL laadstation van de modelseries eMH2, eMH3, eMC2 en eMC3. De configuratie vindt plaats via de SBC-webinterface van het laadstation.
Ondersteunde modellen
De volgende ABL modellen worden door deze handleiding gedekt:
ABL eMH2
ABL eMH3
ABL eMC2
ABL eMC3
Opmerking: Deze handleiding is niet van toepassing op de ABL eM4 productserie. De configuratie van de eM4 vindt plaats via de ABL Configuration App, die beschikbaar is als mobiele applicatie voor smartphones en tablets. Meer informatie vind je in de installatiehandleiding van de ABL eM4.
Vereisten
Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan voordat je met de integratie begint:
reev onboardingmateriaal
De documenten en materialen moeten al beschikbaar zijn bij de exploitant (CPO) of de ingeschakelde dienstverlener.
Laptop met netwerkpoort (RJ45) om verbinding te maken met de SBC (Single Board Computer) van het laadstation
RJ45-datakabel (Ethernet-kabel)
LTE-stick met de meegeleverde simkaart (HUAWEI of ALCATEL, afhankelijk van de leveringsomvang)
Internetverbinding
Een actieve internetverbinding is vereist om de verbinding met het reev backend tot stand te brengen. De verbinding kan via LTE (met de LTE-stick) of via een lokaal netwerk (LAN) worden opgezet.
Stapsgewijze handleiding
Voer de volgende stappen in de aangegeven volgorde uit om de reev software in je ABL laadstation te integreren.
Stap 1: Simkaart in de LTE-stick plaatsen
Voer de volgende stappen uit om de simkaart in de LTE-stick te plaatsen:
Verwijder het klepje aan de bovenkant van de LTE-stick.
Plaats de simkaart. De afgesneden hoek van de simkaart moet naar rechtsonder wijzen.
Plaats het klepje terug.
Stap 2: Laptop verbinden met de SBC
Verbind je laptop via een RJ45-datakabel met de SBC van het laadstation en open de beheerinterface. Een uitgebreide handleiding voor het verbinden met de SBC vind je hier.
Stap 3: Firmwareversie en systeemtijd controleren
Zorg ervoor dat aan de volgende punten is voldaan voordat je verdergaat met de backendconfiguratie:
Opmerking: Een onjuiste systeemtijd kan problemen veroorzaken bij de verbinding met het reev backend.
Stap 4.1: Backendsjabloon selecteren en configureren
Voer de volgende stappen uit om de backendverbinding in te stellen:
Navigeer in de SBC-webinterface naar Connectiviteit -> Backend.
Scroll naar de onderkant van de pagina.
Selecteer het juiste sjabloon op basis van het verbindingstype:
reevLTE – voor internetverbinding via de LTE-stick
reevLAN – voor internetverbinding via een lokaal netwerk
Opmerking: Als de internetverbinding via een lokaal netwerk (LAN) tot stand moet worden gebracht, moeten de APN-toegangsgegevens voor de simkaart onder Connectiviteit -> Mobiel worden verwijderd – ook als het LAN-sjabloon is geselecteerd.
Tip: Onder Connectiviteit -> LAN kunnen indien nodig handmatige IP-adressen worden toegewezen. Houd daarbij rekening met de richtlijnen van je IT-beheerder.
Stap 4.2: Handmatige OCPP-configuratie
Als je de backendverbinding handmatig wilt configureren, gebruik dan de volgende gegevens:
Parameter | Waarde |
ChargePointID | Fabrikant_Serienummer (alle . vervangen door _) |
OCPP-modus | OCPP-J 1.6 |
OCPP-URL (WebSocket) | wss://ocpp.reev.com |
Stap 5: Laadstation opnieuw opstarten
Start het laadstation opnieuw op zodat de configuratie wordt toegepast. Hiervoor zijn er twee mogelijkheden:
Via de webinterface: Navigeer naar Onderhoud -> Systeem en voer een hard reset uit.
Handmatig: Schakel het laadstation gedurende ca. 15 seconden stroomloos.
Na het opnieuw opstarten en een korte wachttijd kun je op de overzichtspagina van de SBC-webinterface controleren of het laadstation succesvol verbinding heeft gemaakt met het reev backend.
Probleemoplossing
Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
Geen verbinding met het reev backend | Systeemtijd is onjuist | Systeemtijd bijwerken (zie stap 3) |
Geen verbinding met het reev backend | APN-toegangsgegevens bij LAN-verbinding nog actief | APN-gegevens onder Connectiviteit -> Mobiel verwijderen |
Geen verbinding met het reev backend | Verkeerd backendsjabloon geselecteerd | Sjabloon controleren (reevLTE vs. reevLAN) |
SBC-webinterface niet bereikbaar | Laptop niet correct verbonden met de SBC | RJ45-verbinding en IP-configuratie controleren |
Neem contact op met de ABL-ondersteuning
Voor hardwareproblemen kunt u contact opnemen met de ABL-ondersteuning: ABL-ondersteuningspagina
Inbedrijfstelling via de reev Companion
Wanneer het laadstation succesvol is geconfigureerd, kan het via de reev Companion in bedrijf worden genomen.
Veelgestelde vragen
Welke ABL modellen worden door deze handleiding gedekt?
Deze handleiding geldt voor de modelseries ABL eMH2, ABL eMH3, ABL eMC2 en ABL eMC3.
Geldt deze handleiding ook voor de ABL eM4?
Nee. De ABL eM4 wordt geconfigureerd via de ABL Configuration App. [LINK]
Waar moet ik op letten bij een LAN-verbinding?
Bij een LAN-verbinding moeten de APN-toegangsgegevens onder Connectiviteit -> Mobiel worden verwijderd, ook als het LAN-sjabloon is geselecteerd.
Hoe weet ik of de verbinding met het reev backend succesvol is?
Na het opnieuw opstarten van het laadstation wordt de verbindingsstatus weergegeven op de overzichtspagina van de SBC-webinterface.




