Deze handleiding beschrijft het volledige onboardingproces om laadstations voor te bereiden voor gebruik met de reev-software.
Het proces is opgedeeld in vijf fasen: Planning · Inkoop · Installatie · Connectiviteit · Overdracht
Na afronding van dit proces heeft u:
de laadstation(s) vakkundig geïnstalleerd en geconfigureerd voor reev
de succesvolle verbinding met de reev-backend gecontroleerd
alle vereiste reev-materialen (licentiesleutels, reev ready / reev connect-set, starter kit) overgedragen aan de klant (CPO / exploitant)
Planning – Toepassingsscenario afstemmen met de klant
Vóór de installatie dient het concrete toepassingsscenario samen met de klant (CPO / exploitant) te worden vastgesteld. Verduidelijk en bevestig daarbij met name:
welke hardware wordt ingezet (een overzicht van alle door reev ondersteunde en compatibele modellen vindt u hier: Compatibele hardware)
het aantal laadpunten
het beschikbare aansluitvermogen en eventuele belastingslimieten
de netwerkvereisten (LAN, wifi of mobiel netwerk)
Opmerking: De klant heeft de mogelijkheid om het reev-energiemanagementsysteem (EMS) te gebruiken – als statisch of dynamisch EMS, afhankelijk van het toepassingsscenario en de technische omstandigheden. Meer informatie over het reev-EMS vindt u hier: reev Energiemanagementsysteem (EMS)
Inkoop – Aanschaf van het laadstation en reev-materialen
Naast de laadhardware zijn aanvullende materialen nodig voor het gebruik met het reev-platform. Afhankelijk van het type station en het toepassingsscenario zijn dit:
reev-licentiesleutels (per laadpunt)
reev-materialen
De benodigde reev-materialen kunnen worden aangeschaft via onze verkooppartners. Een overzicht van alle reev-verkooppartners vindt u hier: Onze partners in de elektrotechnische groothandel
Stem daarnaast af met uw elektrotechnische groothandel of uw reev-contactpersoon om ervoor te zorgen dat u de juiste reev-materialen voor uw toepassingsscenario ontvangt.
Installatie & configuratie – Laadstation instellen
Installeer het laadstation conform de geldende normen, de richtlijnen van de fabrikant en de lokale voorschriften. Vervolgens vindt de softwarematige configuratie voor gebruik met reev plaats:
inrichting van de netwerkverbinding
configuratie van de OCPP-koppeling met reev
instellen van stationsspecifieke configuratieparameters
Alle relevante installatie- en configuratievereisten worden door reev beschikbaar gesteld in het Help Center: Integratie & probleemoplossing voor elektriciens
Connectiviteit – Verbinding met de reev-backend controleren
Na installatie en configuratie moet de succesvolle verbinding met het reev-platform worden gecontroleerd.
De reev eWizard ondersteunt elektriciens bij een eenvoudige en gestructureerde inbedrijfstelling, met name wanneer meerdere laadstations op één locatie worden geïnstalleerd.
Voorwaarde voor het gebruik van de eWizard is dat de laadstations reeds met de reev-backend zijn verbonden. In het kader van de eWizard controleert u dat:
de laadstation(s) de reev-backend succesvol bereiken
alle vereiste configuratiewaarden correct zijn overgenomen
De eWizard helpt om configuratiefouten vroegtijdig te herkennen en zorgt voor een stabiele inbedrijfstelling. Optioneel kan via de eWizard ook het statische reev-energiemanagement worden geactiveerd.
Meer informatie over de eWizard vindt u hier: reev eWizard
Overdracht – Afronding en overdracht aan de klant (CPO / exploitant)
Na succesvolle installatie en bevestigde connectiviteit draagt u het volgende over aan de klant:
de reev-licentiesleutels
de reev-materialen
relevante hardware- en installatiedocumentatie
Na de inbedrijfstelling moet het reev-dashboard worden aangemaakt. Dit kan door de klant zelf worden gedaan. Een stapsgewijze handleiding voor het aanmaken en activeren van het dashboard vindt u hier: Eerste stappen met reev
Vanaf dit moment kan de exploitant de laadstations zelfstandig beheren en exploiteren via het reev-platform.
